Leven en werk

Marc SleenMarc Sleen wordt als Marcel Honoree Nestor Neels geboren in Gentbrugge op 30 december 1922. Drie maanden later verhuist het gezin Neels naar Sint-Niklaas. Zijn ouders zijn redelijk welgesteld en baten een grote taverne uit met vier biljarttafels en enkele vergaderzalen. Als kind volgt hij op zondag tekenlessen aan de kunstacademie van Sint-Niklaas. Later gaat hij naar het Sint-Lucas Instituut in Gent. Van kindsbeen af is hij dol op tekenen en krabbelde hij alles vol. Zelfs de muren en zijn vaders bolhoed.  Als vader Neels echter overlijdt, verhuist het gezin terug naar Gentbrugge. De weelde van Sint-Niklaas slaat om in bittere armoede: er is geen geld om Marc te laten studeren en hij moet gaan werken. Broer Nestor zorgt ervoor dat hij niet naar Duitsland moet, maar in het Arbeidsambt terecht kan. Omdat zijn broer Roger actief is bij het verzet, wordt Marc Sleen in 1944 gearresteerd door de Duitse Sicherheitspolizei en hardhandig ondervraagd. Na een verblijf in de Nieuwe Wandeling, de gevangenis van Gent, wordt hij overgebracht naar het concentratiekamp van Beverlo. Daar zal hij bevrijd worden door Engelse soldaten. Jarenlang zal Marc Sleen nachtmerries overhouden aan deze vreselijke tijd.

Oktaaf KeuninkMeteen treedt hij in dienst bij de krant De Standaard als politieke karikaturist, waar hij met zijn eerste strip begint, De avonturen van Neus, een stopstrip. Op 10 juni 1945 start De avonturen van Tom en Tony in Ons Volkske. Na twee verhalen nemen Stropke en Flopke de fakkel al over. Sleen waagt zich ondertussen ook aan pantomimestrips, gagstrips zonder woorden: Pollopof (1946), Joke-Poke (1950) en Doris Dobbel (1950). Tussen 1952 en 1965 maakt Sleen de strip Oktaaf Keunink. Oktaaf is een doodbrave man, die volledig gedomineerd wordt door zijn vrouw. Van Oktaaf Keunink zullen ongeveer 600 grappen en vijf albums verschijnen. Daarnaast werkt hij ook aan De lustige kapoentjes, toen één van de populairste stripreeksen in Vlaanderen. Deze reeks, waarvan er 10 albums zullen verschijnen bij Het Volk, is duidelijk op een jong publiek gericht. Ook erg populair is Piet Fluwijn en Bolleke, waarvan eveneens 10 strips uitgebracht werden, tussen 1957 en 1965. Deze kinderstrip bouwt Sleen op rond een eenvoudige vader-zoonrelatie, waarbij de goedzakkige vader dikwijls moet boeten voor de schelmenstreken van zijn zoon.

Marc SleenSleens bekendste stripreeks is vanzelfsprekend De avonturen van Nero en co. Wanneer Sleen in 1947 met de reeks start in De Nieuwe Gids, heet het hoofdpersonage Van Zwam. Nero komt al voor in het eerste verhaal, Het geheim van Matsuoka, maar heeft slechts een kleine rol. Na drie verhalen neemt Nero de fakkel over van detective Van Zwam. In totaal zal Sleen op zijn eentje meer dan 200 Nero-verhalen produceren, wat hem een vermelding oplevert in het Guinness Book of Records. Het 200ste. De hoofdpersonages in Nero getuigen van Sleens buitengewone fantasie en mensenkennis. De laatste jaren zal hij de steun krijgen van tekenaar Dirk Stallaert.

Marc Sleen met Albert IIMarc Sleen kreeg voor zijn stripwerk een groot aantal onderscheidingen. Voor Het Lachvirus ontvangt hij in 1974 de prestigieuze Prix Saint-Michel. In 1993 krijgt Sleen een buitengewone Stripgidsprijs als waardering voor zijn hele stripcarrière: een Gouden Adhemar. Deze tweejaarlijkse prijs voor Vlaamse stripauteurs, uitgereikt op het Festival van Strip Turnhout, beroept zich bovendien op Nero’s zoon! In 1995 ontvangt hij vanwege de Belgische kamer van stripexperten de prijs voor het beste stripverhaal van 1994 voor zijn How-trilogie. In augustus 1998 wordt Marc Sleen door koning Albert II in de adelstand verheven. In de loop van 1999 wordt hij door de koning tot ridder geslagen.

Marc SleenMarc Sleen is ook bekend als Afrika-kenner. Hij ging ontelbare keren op safari. In Afrika kan hij zijn grote passie voor de natuur, en speciaal voor de olifant, uitleven. Hij schreef een aantal safari-boeken. Daarnaast maakte hij documentaires voor het tv-programma Allemaal Beestjes. Sinds 1984 is hij beheerder van het Wereldnatuurfonds in België.

In 2003 neemt hij op 80-jarige leeftijd afscheid van het dagbladfenomeen Nero. Het laatste album werd Zilveren tranen.

In 2009 opent  Marc Sleen Museum in de Zandstraat, de straat waar Nero in 1947 geboren werd. Dit geldt als een symbolische thuiskomst. Het Museum is een initiatief van De Stichting Marc Sleen, die waakt over zijn  oeuvre en alles in het werk stelt om het in ere te houden en bij een zo groot mogelijk publiek bekend te maken.

De Nerowandeling

Wandel met Marc Sleen
en Nero door Brussel

Download gratis
de routebeschrijving

Actueel

THE MAKING OF NERO & Co

15/06/2015 > 16/06/2016

Aan de hand van foto’s van de auteur in actie,…
Meer…

Nocturne in het Marc Sleen Museum

27/11/2014 > 27/11/2014

Een swingend bezoek aan het Marc Sleen Museum en de tijdelijke tentoonstelling Nerorock.
Meer…

Stichting Marc Sleen
Zandstraat 33-35
1000 Brussel
Tel.: + 32 (0)2 219 19 80
Fax: + 32 (0)2 219 23 76
visit(arrobe)marc-sleen.be
Praktische info & plattegrond
Stichting Marc Sleen

Met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Top